Video: Toelichting wetsvoorstel Gegevensuitwisseling

In deze video geeft Ron Roozendaal - directeur Informatiebeleid VWS - toelichting op het wetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg.

Video: Toelichting wetsvoorstel Gegevensuitwisseling

*Muziek speelt*

Beeldtekst: Toelichting op wetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de zorg.

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Misschien kent u het wel, heeft u het zelf wel eens meegemaakt of gezien bij een familielid of een vriend.
In het ziekenhuis, overal in de zorg in Nederland, wordt nog heel veel gefaxt.
Elk ziekenhuis een paar honderdduizend keer per jaar.
En mensen krijgen ook vaak een dvd mee om te geven aan de volgende zorgverlener.
Daar waar heel Nederlands ’s avonds vanaf de bank hotels boekt, auto’s huurt, en eigenlijk alles automatisch digitaal doet is dat in de zorg nog niet het geval.
Ik ben Ron Roozendaal, Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Ik ga iets vertellen over het conceptwetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg en waarom bepaalde keuzes daarbij gemaakt zijn.

Beeldovergang.

Beeldtekst: Probleem en roep om regie.

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Waarom wordt er nog zoveel gefaxt, waarom worden er nog zoveel dvd’s gebrand?
Dat heeft een aantal redenen.
De eerste daarvan is: je moet zorgen dat zorgverleners altijd dezelfde taal gebruiken.
En laat nou de medisch specialist vaak echt andere woorden, andere termen gebruiken dan de huisarts bijvoorbeeld.
Als eerste dus: is er vaak gebrek aan een eenduidige taal, dat moet je echt oplossen anders gaat er wel iets over de lijn, maar begrijpt de ontvangende zorgprofessional het alsnog niet.
Als tweede moet je zorgen voor techniek.
De techniek moet er zijn, mensen moeten ook dezelfde techniek gebruiken om wat de één verzendt zelf te kunnen ontvangen.
En tot slot: er werken heel veel mensen in de zorg en er zijn heel veel zorgaanbieders.
Dat betekent dat iedereen op hetzelfde moment aan hetzelfde moet gaan werken om te zorgen dat je echt stappen vooruit maakt.
En omdat je daar als verpleegkundige alleen, als dokter alleen en als ziekenhuis alleen niet zo heel veel aan kunt doen in je eentje, is er vanuit de zorg de oproep gekomen dat de overheid daarbij helpt.
Verpleegkundigen in het NOS-journaal lieten zien dat ze voor de overdracht van iemand uit het ziekenhuis naar bijvoorbeeld de thuiszorg uren bezig zijn.
En dat heel veel daarvan overtypen is.
Ze vroegen ons om hulp om dat sneller en makkelijker voor elkaar te krijgen.

Om dat te doen hebben we dat gedaan wat een departement dan als eerste doet, namelijk: met de maatschappij en de Tweede Kamer in gesprek over de aanpak.
We hebben een brief gestuurd aan de Kamer en vertelt dat we regie gingen nemen.
We hebben een tweede brief gestuurd en gezegd: dat gaan we niet in één keer doen, dat gaan we stap voor stap doen.
Bijvoorbeeld verpleegkundige overdracht, dat wordt één van de eerste omdat daar zoveel vraag naar is.
En tot slot hebben we gezegd: dat gaan we niet vrijblijvend doen, dat gaan we ook wettelijk verplichten.

Beeldovergang:

Beeldtekst: Wetsvoorstel in het kort.

*Muziek speelt*

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
En die verplichting dat leidt bijna automatisch tot een wetsvoorstel.
Een wetsvoorstel om het samen gericht, stapsgewijs, beter te gaan doen.
Die focus betekent: we gaan met elkaar kiezen welke onderwerpen we als eerste oppakken.
Bijvoorbeeld als eerste zorgen dat de verpleegkundige overdracht makkelijker en sneller wordt.
Daarvoor heb je standaarden nodig, dat iedereen dat ook op dezelfde manier doet.
Zowel voor taal als voor techniek.
En je moet ervoor zorgen dat iedereen dat doet.
Het moet integraal, iedereen die betrokken is moet het met elkaar tegelijk doen.
In het wetsvoorstel gaan we niet regelen hoe bijvoorbeeld een verpleegkundige overdracht eruitziet; dat is echt van de zorg.
Wat je precies overdraagt als je bijvoorbeeld iemand ontslaat uit het ziekenhuis.
Als je wat overdraagt van het ene ziekenhuis naar het andere ziekenhuis, daar gaan wij niet over, daar gaat de zorg over.
Dus wat er precies wordt uitgewisseld, dat wordt geen onderdeel van de wet.
Dat het verplicht digitaal moet en hoe dat dan moet, dat gaat de wet wel regelen.

Het is een uniek wetsvoorstel, het gaat over de hele zorg en over alle uitwisseling in de hele zorg.
Dat hebben we nog nooit gedaan, het geldt voor iedereen in de zorg, het geldt voor alle leveranciers in de zorg en het geldt voor de hele zorg.
Dat is bijzonder, in zekere zin dan, want onderdelen daarvan hebben we al gedaan.
We gaan bijvoorbeeld zorgen dat er normen komen voor gegevensuitwisseling in de zorg.
En die zijn er al voor uitwisseling van bijvoorbeeld: receptenverkeer, daar is al een NEN-nummer voor.
We gaan norm voor norm oppakken dat de zorg digitaliseert.
Net zoals bij MedMij waarin ook allerlei afspraken worden gemaakt, stap voor stap, over de verschillende uitwisselingen met de patiënten.
En tot slot: we gaan uitwisseling ook wettelijk verplichten.
En ook dat hebben we al gedaan.
In het implantatenregister bijvoorbeeld waar de verplichting bestaat om gegevens uit te wisselen over implantaten en in de Wet Publieke Gezondheid, waar het ook verplicht is om digitaal te werken.
Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel is een aantal keuzes gemaakt, ik neem ze met u door.

Als eerste hebben we ervoor gekozen dat de gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders altijd elektronisch zal verlopen.
We hebben dus gekozen voor 100% digitaal.
Ten tweede hebben we ervoor gekozen dat te baseren op wat zorgprofessionals in kwaliteitsstandaarden hebben afgesproken over de gegevens die ze met elkaar moeten uitwisselen om goede zorg te kunnen leveren.
Dat betekent dat ze in het kader van de zorg, dus in het kader van WGBO, de wet die de behandelovereenkomst regelt, informatie met elkaar uitwisselen.
Het is ook een kaderwet.
De minister kan onder deze wet de komende tijd gegevensuitwisselingen aanwijzen die verplicht elektronisch moeten verlopen.
De wet geeft ruimte en het is bedoeld om ervoor te zorgen dat altijd dezelfde standaard wordt gebruikt.
Maar als die standaard er nog niet is kan wel worden bepaald dat het in ieder geval elektronisch moet.
Er wordt gekozen voor de ontwikkeling van NEN-normen, op basis waarvan leveranciers hun systemen kunnen aanpassen en zorgaanbieders kunnen toetsen dat ook die NEN-normen gevolgd zijn.
Die NEN-normen moeten verplicht worden gevolgd en leveranciers moeten producten verplicht laten certificeren en daarop zal ook worden toegezien.
We gaan dus stapsgewijs digitaliseren.
Stapsgewijs betekent: gegevensuitwisseling voor gegevensuitwisseling en dus ook norm voor norm.

Het veld is als eerste aan zet, er moet een norm komen.
Bijvoorbeeld voor verpleegkundige overdracht of beelduitwisseling tussen ziekenhuizen.
De minister kan ook verzoeken om die norm te starten.
Als er een norm is waar iedereen achter staat, dan kan die norm worden opgehangen in de wetgeving en uiteindelijk zal het verplicht worden om die norm te hanteren.

*Muziek speelt*

Beeldovergang.

Beeldtekst: Belangrijkste artikelen wetsvoorstel.

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Ik neem met u de belangrijkste artikelen van het wetsvoorstel door.
Het eerste artikel regelt eigenlijk het allerbelangrijkste, namelijk dat krachtens de nieuwe wet eisen kunnen worden gesteld aan de informatie-uitwisseling tussen zorgverleners voor zover die nodig is om goede zorg te verlenen en gaat dus over informatie-uitwisseling, over patiënten, tussen zorgverleners onderling.
En net als in veel andere wetgeving van VWS wordt daarbij een aantal instellingen uitgezonderd, waaronder de justitiële inrichtingen.
Onder deze wet kan de minister dus gegevensuitwisselingen aanwijzen die verplicht elektronisch moeten verlopen.
Dat regelt het volgende artikel.
Daarin wordt geregeld dat de minister die de gegevensuitwisseling kan aanwijzen en daarbij kan aanwijzen volgens welke standaarden dat moet en voor wie die plicht geldt.
De minister kan dus eisen stellen bij de algemene maatregel bestuur.
Die eisen kunnen ertoe leiden dat een gegevensuitwisseling verplicht elektronisch verloopt zonder nadere eisen aan de techniek, maar het kan ook zo zijn dat er nadere eisen worden gesteld aan de techniek zodat precies wordt bepaald hoe het moet verlopen en in de regel zal het vooral op de tweede manier, dus met eisen aan de techniek, gebeuren.
Als er eisen aan de techniek worden gesteld dan kan dus ook worden verplicht dat een leverancier producten levert die aan die eisen voldoet en dat dat kan worden bewezen op basis van een certificaat.
De komende jaren zal de minister van VWS dus stap voor stap gegevensuitwisseling in de zorg aanwijzen die verplicht elektronisch moeten verlopen.
Dat is nogal wat en dat betekent nogal wat voor iedereen die bij die gegevensuitwisseling betrokken is.
Daarom hebben we opgenomen dat de minister van VWS een voorgenomen verplichting altijd voorlegt aan beide Kamers van de Staten-Generaal zodat democratische controle mogelijk is.
De wet stelt eisen aan zorgaanbieders en aan leveranciers.
Zorgaanbieders worden verplicht om ervoor te zorgen dat zorgverleners gegevens tenminste elektronisch uitwisselen.
Ze mogen ook nog per brief corresponderen maar het moet tenminste elektronisch.
Zorgaanbieders moeten ook zorgen voor producten die gecertificeerd zijn, zodat je zeker weet dat als er wordt uitgewisseld, dat het volgens de norm gebeurt.
En er mag dus ook alleen maar gebruik worden gemaakt van producten die aan de norm voldoen.

Naast eisen aan zorgaanbieders, worden dus ook eisen gesteld aan de producten en diensten die ze gebruiken.
De belangrijkste eis is dat die producten en diensten voorzien moeten zijn van een certificaat.
Want vanuit dit certificaat moet blijken dat ze aan de norm voldoen.

*Muziek speelt*

Beeldovergang.

Beeldtekst: Eisen en artikelen normering en certificering.

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Het conceptwetsvoorstel regelt dus dat de zorg in Nederland stapsgewijs digitaliseert.
Gegevensuitwisseling voor gegevensuitwisseling en daarom ook norm voor norm.
Die normen komen tot stand met en door het veld.
Maar ze moeten natuurlijk wel aan alle andere wetgeving voldoen.
Ze mogen er niet mee in strijd zijn.
Daarom regelt de wet bijvoorbeeld dat de norm niet in strijd mag zijn met de AVG als het gaat om privacy.
Dat een norm niet in strijd mag zijn met de WGBO als het gaat om het medisch beroepsgeheim.
Dat de norm niet mag vaststellen welke gegevens uitgewisseld moeten worden, omdat dat nou eenmaal aan zorgverleners zelf is.
Ook mag in een norm niet een specifiek product genoemd worden zodat zorgaanbieders keuzevrijheid hebben.
En tot slot mag het er niet toe leiden dat het uitwisselen van gegevens alleen kan via een zogenaamd elektronisch uitwisselingssysteem.
En dat heeft iets meer uitleg nodig.
Een elektronisch uitwisselingssysteem zoals bedoeld in de wet Aanvullende Bepalingen Verwerking Persoonsgegevens in de Zorg is een systeem waarin zorgverleners alvast informatie klaarzetten voor eventueel later gebruik.
Een dergelijk systeem mag alleen worden gebruikt met uitdrukkelijke toestemming van de patiënten.
Omdat we willen dat alle gegevensuitwisseling tussen zorgprofessionals elektronisch verloopt, moeten er ook andere manieren mogelijk zijn dan uitwisseling die alleen mag met toestemming van de patiënt.
Omdat we dus gaan werken met verplichte certificering, regelt de wet ook dat een dergelijk certificaat kan worden verstrekt aan een product dat voldoet aan de eisen, maar dat het ook weer kan worden ingetrokken of geschorst.

*Muziek speelt*

Beeldovergang.

Beeldtekst: Toezicht, Bedrijfseffectentoets & Vraag en Antwoord.

Ron Roozendaal - Directeur Informatiebeleid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Omdat er verplichtingen zijn voor zowel zorgaanbieders als voor leveranciers wordt er ook toezicht uitgeoefend op beiden.
Het zal de IGJ zijn die dat doet.
Ze kunnen boetes opleggen aan leveranciers bijvoorbeeld, die hun producten niet laten certificeren, en ze kunnen ook maatregelen nemen bij zorgaanbieders die niet digitaal werken, of waarvan de producten niet zijn gecertificeerd.
Elk wetsvoorstel heeft effecten en dat betekent dat voor elk wetsvoorstel een bedrijfs-effectentoets wordt gemaakt.
Zo ook voor dit wetsvoorstel.
Ik neem een aantal effecten met u door.
Omdat er verplichtingen ontstaan naar leveranciers doen we iets met de vrije markt.
Het bedoeld effect is dat er alleen nog maar producten op de markt worden gebracht die voldoen aan de eisen.
Aan de kant van zorgaanbieders zullen zorgaanbieders moeten gaan toezien dat hun zorgprofessionals via digitale middelen werken.
En ze zullen ook moeten zorgen dat die middelen voorzien zijn van een certificaat.
Dat betekent dus voor heel veel mensen in de zorg, en voor hun leveranciers dat er effecten zijn, en al die effecten zijn erop gericht om het doel van de wet te bereiken, namelijk eenduidige, stapsgewijze digitalisering van de Nederlandse zorg.

De verwachting is dat we in 2021 de wet kunnen aanbieden aan de Tweede Kamer, nadat onder meer de Raad van State ernaar heeft gekeken.
Als de wet in werking is, nadat die door beide kamers is behandeld, daarna kunnen algemene maatregelen van bestuur worden gemaakt, waarbij gegevensuitwisselingen stap voor stap worden verplicht elektronisch te laten verlopen.
We krijgen veel vragen over hoe deze nieuwe wet zich verhoudt tot toestemming en tot de Wet Aanvullende Bepalingen Verwerking Persoonsgegevens in de Zorg.
Als eerste: toestemming.
De nieuwe wet ziet toe op de uitwisseling van informatie tussen zorgprofessionals onderling in het kader van goede zorg.
Bijvoorbeeld omdat je verwezen wordt van de ene naar de andere zorgaanbieder.
Bij zo’n verwijzing mag jouw informatie meereizen zonder dat je daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.
Dat betekent dat deze wet ziet op uitwisseling die zonder aanvullende uitdrukkelijke toestemming mag.
Ten tweede: de verhouding tot de Wet Aanvullende Bepaling.
Deze wet zegt dat als uitwisseling zo gebeurt dat informatie wordt beschikbaar gesteld voordat duidelijk is die het later gaat gebruiken, dat dat alleen maar mag met uitdrukkelijke toestemming.
Omdat we willen regelen dat onder de nieuwe wet informatie altijd digitaal wordt uitgewisseld, mag niet alleen gebruik worden gemaakt van dergelijke systemen.
Dan immers, kan door die toestemming, die 100% digitalisering niet worden gehaald.
Dank u wel voor het kijken naar een complex onderwerp maar o zo belangrijk want het gaat om het stapsgewijs verbeteren van de informatieuitwisseling in de zorg.
Heeft u nog vragen, ga naar onze website of mail ons.

*Muziek speelt*

Logo Rijksoverheid verschijnt in beeld.

Beeldtekst: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Vragen?
Ga naar gegevensuitwisselingindezorg.nl of mail gegevensuitwisseling@minvws.nl

*Muziek stopt*