Trots op landelijke database

‘We lopen voorop met onze klinische registratie in de landelijke database fysiotherapie, waarin relevante gegevens zijn verzameld van ruim vier miljoen patiënten. Maar we lopen achterop in de informatie-uitwisseling met de patiënt.’ Aan het woord dit keer Brechtus Engelsma, hoofd behandeleenheid bij Revalidatie Friesland en bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). 

In Nederland zijn zo’n 30.000 fysiotherapeuten actief, verdeeld over 6500 fysiotherapiepraktijken. Het KNGF telt bijna 19.000 leden. ‘In een vergrijzende samenleving zijn er - naast de tennisellebogen en lage rugklachten - steeds meer patiënten met chronische aandoeningen zoals COPD en reuma. Voor deze patiënten zijn fysiek functioneren en kwaliteit van leven belangrijke uitkomstmaten en daar heeft de  fysiotherapeut bij uitstek invloed op.’   

Geanonimiseerd

Brechtus, van huis uit fysiotherapeut, is supertrots op de landelijke database fysiotherapie van KNGF. Fysiotherapeuten gebruiken deze geanonimiseerde database voor wetenschappelijk onderzoek en voor leerdoeleinden. ‘Je kunt dashboards inzien met welke behandelingen aanslaan en welke minder goed aanslaan. De volgende stap is een paramedische database zodat je multidisciplinair (met ergotherapeuten, logopedisten et cetera) naar uitkomsten kijkt. Zo kun je patiënten door een behandelketen heen volgen.’

Via die database delen fysiotherapeuten veel informatie over hun werk, maar hoe staat het met de elektronische gegevensuitwisseling over patiënten?

Uitwisseling met collega's: een nulmeting

Fysiotherapeuten werken met elektronische patiëntendossiers. Om te achterhalen in hoeverre zij die ook digitaal uitwisselen met collega’s van andere disciplines en met patiënten, lieten KNGF en NICTIZ een nulmeting uitvoeren. De resultaten hiervan zijn binnenkort bekend.

‘Een suikerziektepatiënt met een reumatische aandoening, die wil blijven participeren, heeft niet alleen een reumatoloog nodig maar ook een fysiotherapeut. Tussen die twee zorgverleners zou uitwisseling moeten zijn, maar daarin lopen we achter. Verder weten we dat de informatie-uitwisseling tussen de patiënt en de therapeut digitaal plaatsvindt, al is het nog wel vaak het edele knip- en plakwerk. De beelden die we nu hebben over uitwisseling in ons vakgebied willen we verifiëren met die nulmeting.’

Besparing van 22 miljoen

In zijn reactie op de internetconsultatie van ons wetsvoorstel benoemde KNGF het belang van goede gegevensuitwisseling tussen fysiotherapeuten en andere sectoren. Een geslaagd voorbeeld, dat ook op de website van KNGF staat, is de behandeling van patiënten met vaatvernauwingen (perifeer arterieel vaatlijden) die fysiotherapie krijgen. Dat voorkomt veel onnodige en belastende operaties en bespaart maar liefst 22 miljoen euro per jaar.

Informatie-uitwisseling met de patiënt

In tegenstelling tot huisartsen zijn fysiotherapeuten nog niet automatisch aangesloten op de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) van patiënten. Volgens Brechtus is dat een gemiste kans in een land waar steeds meer chronisch zieken zijn. ‘Je moet op beide inzetten: zowel op hoogcomplexe zorg die weinig voorkomt, als op laagcomplexe zorg die veel voorkomt. Uiteraard is het logisch dat de interactie met de patiënt in de ziekenhuis- en huisartsenwereld voorrang krijgt, omdat je het dan vaak hebt over noodzakelijke en levensbedreigende zorg Maar vergis je niet: gegevensuitwisseling is een belangrijke succesfactor voor sociale- en arbeidsparticipatie.’

Wel bestaat er al langer een informatiestandaard huisarts-fysiotherapeut. In zo’n standaard hebben zorgpartijen bepaald welke gegevens worden vastgelegd en uitgewisseld, en in welke terminologie. ‘Ondanks die standaard blijkt het alsnog ingewikkeld om informatie elektronisch uit te wisselen tussen huisartsen en fysiotherapeuten. Naast het ontwikkelen van de inhoud en de techniek is de implementatie van een informatiestandaard weer een heel ander verhaal. Met dat laatste zijn we nog volop bezig.’

Koepelorganisaties in Informatieberaad Zorg

Brechtus vertegenwoordigt KNGF ook in zijn rol van lid van het Informatieberaad Zorg. Verwacht hij weerstand bij de wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg, die in de maak is? ‘In essentie zal iedereen de wet begrijpen, maar je loopt het risico dat bij invoering van de wet niet iedereen de uitwerking ervan begrijpt. Daar ligt de bal ook bij de koepelorganisaties, om hierover te communiceren en leden aan te haken. We moeten zien te voorkomen dat we de wet introduceren en vervolgens zeggen: veel succes ermee. Het is goed om vooral de mogelijkheden te laten zien. Voor de paramedische sector kan een Versnellingsprogramma voor de Informatie-uitwisseling tussen Patiënt en Professional (VIPP) een goede stap in die richting zijn. We gaan kijken of en hoe we zo’n VIPP van de grond kunnen krijgen.’

©Brechtus Engelsma
Brechtus Engelsma, hoofd behandeleenheid Revalidatie Friesland, bestuurslid KNGF, lid Informatieberaad Zorg