'Komt een patiënt bij de dokter. En dán?'

©Keizer Kliniek

Arthur Gerritsen van der Hoop

Oprichter van zelfstandig behandelcentrum Keizer Kliniek

’Een spreekuur draaien met dikke kartonnen dossiers waarvan altijd wel een deel zoek is, dat herinnert Arthur Gerritsen van der Hoop zich nog goed uit zijn tijd als chirurg. Dat kan en moet nu echt anders, zegt hij: “De zorg staat bol van de technologie: MRI’s, CT-scans, laserbehandelingen, bestralingen. Het is onvoorstelbaar als de informatieverwerking dan nog uit het jaar nul stamt.” De oprichter van zelfstandig behandelcentrum Keizer Kliniek vertelt over hun primeur en over CNS connect, het elektronisch patiëntendossier (epd) zonder geheimen voor de patiënt. “Aan het einde van iedere dag zetten we de rapportages van dokters live in het patiëntportaal.”

Onderzoek via patiëntportaal

Hij is er terecht trots op: de wereldwijde primeur van het eerste volledig geautomatiseerde en geanonimiseerde onderzoek in de gezondheidszorg is voor de Keizer Kliniek. Die deed in 2017 en 2018 voor het LUMC het onderzoek Scoop, naar de psychische effecten van deelname aan een darmkankerbevolkingsonderzoek. Gerritsen van der Hoop: ‘Dat onderzoek ging volledig via ons patiëntportaal. Daarin legden de deelnemers hun medewerking vast en vulden ze vragenlijsten in. Een vragenlijst vooraf en daarna weer één na acht dagen, drie maanden en zes maanden na het bevolkingsonderzoek. In het portaal kunnen de deelnemers ook hun eigen antwoorden terugzien. De participatie aan Scoop was met ruim vijfduizend deelnemers hoog. En de meeste mensen die eraan begonnen, deden tot en met de laatste vragenlijst mee.’ De onderzoekers kregen de data kant-en-klaar, niet-herleidbaar aangeleverd.

Arts en ICT

Zo’n onderzoek is mogelijk dankzij CNS (Central Nervous System) connect, het epd dat de kliniek zelf ontwikkelde. ‘Bij gebrek aan andere epd’s met een logische opbouw, want een epd moet intuïtief zijn. En bij gebrek aan epd’s waarin meerdere dokters kunnen werken. Dat vinden wij juist belangrijk, het multidisciplinair werken.’ Vanaf dag één had de kliniek een ICT’er in dienst. ‘Volstrekt belachelijk voor zo’n kleine organisatie.’ Maar het was niet alleen een kwestie van een ICT’er aan het werk zetten. ‘Je moet de belangrijkste gebruikers, de dokters, vanaf het begin meenemen. Dus hebben we alle dokters aan een grote vergadertafel gezet en afgesproken wat ze willen vastleggen, waar het epd aan moet voldoen. Dat begint met de belangrijkste vraag: ‘er komt een patiënt bij de dokter en wat gebeurt er dan?’ Bij alle nieuwe initiatieven is dat de eerste vraag die we beantwoorden. Pas daarna wordt het epd gemaakt, conform het zorgproces.’

Onleesbare krabbels

Wat Gerritsen van der Hoop altijd stoorde, naast de dossiers op papier die ook nog eens incompleet waren, was het gebrek aan voorinformatie. ‘Daardoor was de eerste afspraak van een patiënt bij een medisch specialist altijd verloren tijd. De patiënt kwam met een verwijzing waarop een paar onleesbare krabbels stonden, meer niet. Dat moest anders, vonden wij.’ Daarom bereidt CNS connect de contactmomenten voor, zoals die eerste afspraak. De patiënt krijgt bijvoorbeeld vóór de intake al een vragenlijst. ‘Het systeem waarschuwt wanneer de vragenlijst in het portaal moet staan. Het meldt ook op vaste momenten na een operatie dat het tijd is voor een controle.’

Transparant

In het portaal ziet de patiënt zijn dossier met alles erop en eraan: rapportages, foto’s, afspraken, vervolgtrajecten, brochures, verwijzingen naar websites, je kunt het zo gek niet bedenken. Het zal voor menig arts even wennen zijn, weet Gerritsen van der Hoop; zowel de transparantie als het invullen van het epd. ‘Een van de problemen met ICT-toepassingen is dat als bestuurders ze wel  (mondjesmaat) willen, dokters erop tegen zijn; die voelen zich gecontroleerd. Al geldt dat voor de jongere generatie al minder. Die is transparantie gewend. Onze artsen weten niet beter, want vanaf dag één hebben wij onze patiënten volledige inzage gegeven in hun dossier. Uitslagen zijn dan uiteraard al met de dokter besproken.’

Regie

Transparantie dus, en ook de regie bij de patiënt. Om dat te illustreren vertelt Gerritsen van der Hoop hoe een verwijzing naar een arts in een ander ziekenhuis gaat. ‘Wij zetten de verwijzing klaar in het portaal. De patiënt krijgt een e-mail waarin staat dat er een machtiging klaarstaat. Hij logt in op het portaal en geeft akkoord (of niet). Bij een akkoord stuurt ons systeem een e-mail met daarin een link naar de afdeling waarnaar wij verwijzen. Die afdeling komt via de link op onze server waar wij de informatie naartoe sturen. Het wachtwoord daarvoor krijgen ze apart van ons.’

Epd pusht informatie

‘Er wordt dus geen verbinding gemaakt met ons epd, maar ons epd pusht de specifieke informatie van de betreffende patiënt naar de server. Dat is éénrichtingverkeer. De informatie wordt verwijderd zodra die is opgehaald en staat per definitie maximaal twee dagen op de server. Als die afdeling de verwijzing niet ophaalt, nemen wij contact op. De patiënt krijgt een bericht in zijn portaal zodra zijn verwijzing is geaccepteerd, inclusief de contactgegevens voor de afspraak.’

Two-step DigiD

Het beveiligingsniveau van connect is two-step DigiD, dus tweestaps-authenticatie met DigiD. De patiënt logt in met DigiD, bijvoorbeeld met de app en moet naast een wachtwoord nog op een andere manier toestemming geven. Na al deze technische details concludeert Gerritsen van der Hoop dat die technologie allemaal heel mooi is, maar een middel, geen doel. ‘Het meeste denkwerk zit in het vertalen van je bedrijfsproces naar ICT-ondersteuning. We zien bij ziekenhuizen dat ze hun bedrijfsprocessen vaak ze niet helder op het netvlies hebben. Dokters zouden bewuster hun bedrijf moeten voeren.’

September 2019