Nieuwsbrief Gegevensuitwisseling #13

Nieuwsbrief Gegevensuitwisseling #13 staat voor een belangrijk deel in het teken van normering en certificering. Frits Elferink licht toe waarom we blij moeten worden van de herziening van de NEN 7503, de norm voor digitaal receptenverkeer. In het verlengde daarvan vindt u de meest gestelde vragen over normen en certificering.

Enterprise-architect Gieneke Veenen – we zagen haar al in de vorige nieuwsbrief – vertelt over haar werk voor ons programma. Wouter Reepmaker stelt zichzelf voor én hij is aan het woord in de masterclass over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg, die u terug kunt kijken op de website van NEN.

De volgende nieuwsbrief verschijnt in januari 2021. Namens het programma wensen we u fijne feestdagen en een gezond en gelukkig nieuwjaar.

Hebt u tips en suggesties voor de nieuwsbrief? Een prangende vraag of opmerking? Laat het weten via gegevensuitwisseling@minvws.nl.

PS Het interview met Ulco de Boer verscheen al in #12. Gebleken is dat het interview sommige abonnees niet heeft bereikt. Daarom is het nogmaals opgenomen.
 

“Tijd moet zoveel mogelijk bij de cliënt terechtkomen, niet in het systeem”

Frits Elferink is bureausecretaris bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en voorzitter van de werkgroep die momenteel de NEN 7503 reviseert, de norm voor Elektronische uitwisseling van recept- en verstrekkingsberichten.

Wat houdt de norm in voor de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) die in de maak is, en waarom is het belangrijk dat de nieuwe norm er komt?

Lees het interview met Frits Elferink

Portretfoto van Frits Elferink, bureausecretaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
© Frits Elferink

Zeven veelgestelde vragen over normen en certificering

De Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) die in de maak is, stelt dat specifieke gegevensuitwisselingen verplicht elektronisch moeten verlopen.

Normen over informatie-uitwisseling, zoals NEN 7503, krijgen daardoor meer en meer een verplichtend karakter voor elke zorgaanbieder en diens ict-leverancier. Certificering moet daarbij de transparantie versterken in het gebruik van informatiesystemen en -producten.

Het zijn onderwerpen waarover momenteel veel vragen zijn. In samenwerking met NEN hebben we de meest gestelde vragen verzameld en van een antwoord voorzien. Ook op de website van Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) vindt u meer informatie over normen en certificering.

Staat uw vraag er niet bij? Ga naar deze pagina om in contact te komen met medewerkers van het Programma Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg.

Waarom zijn normen nodig?
Met de juiste informatie op het juiste moment en op de juiste plek willen we vermijdbare fouten voorkomen en bereiken dat de zorg minder tijd kwijt is aan administratieve handelingen. Daarvoor is het nodig dat het zorgveld dezelfde taal spreekt en gebruikmaakt van dezelfde techniek. Normen zijn daarbij essentieel.

Een norm is niets meer of minder dan de vastlegging van met elkaar gemaakte afspraken over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld digitaal receptenverkeer. Deze afsprakensets worden vastgelegd in een norm. Een norm maakt voor alle betrokken partijen duidelijk aan welke eisen iedereen moet voldoen.

Zo kunnen zorgprofessionals die werken volgens de norm ‘digitaal receptenverkeer’ er bijvoorbeeld op vertrouwen dat eisen aan ict-systemen eenduidig vastliggen, en dat partijen die voldoen aan de norm efficiënt, veilig en betrouwbaar gegevens uitwisselen.

Waarom is certificering nodig?
In de normen worden ook eisen aan ict-systemen gesteld. Gebruikers willen zeker weten dat hun ict-systemen aan deze eisen voor voldoen. Om aan te tonen dat ict-systemen voldoen aan de normen, schrijft de Wegiz voor dat leveranciers hun ict-systemen laten certificeren via zogeheten productcertificering. Als een leverancier een certificaat heeft ontvangen voor een bepaald systeem, dan weet de gebruiker zeker dat het product voldoet aan de norm – en dat dus ook met andere systemen gegevens kunnen worden uitgewisseld.

Juist de gedetailleerde eisen aan deze ‘interoperabiliteit’ zorgen ervoor dat productcertificering noodzakelijk is. Alléén certificering van een managementsysteem, zoals bijvoorbeeld bij de norm Informatiebeveiliging in de zorg (NEN 7510) het geval is, zou hier onvoldoende zijn.

In de norm wordt beschreven waar die norm over gaat. In het bijbehorende certificatieschema wordt beschreven hoe er op die norm getoetst kan worden, dus aan welke eisen er dan voldaan moet worden.

In de Wegiz wordt er vooralsnog niet voor gekozen om productgebruikers, zoals zorginstellingen, te certificeren. Dit zou te hoge administratieve lasten met zich meebrengen.

Waarom is het nodig dat het opstellen van normen en certificering via NEN verloopt?
Alle officiële normen voor producten, processen en diensten in Nederland zijn te vinden bij Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN). NEN is aangewezen door de overheid en faciliteert de ontwikkeling van normen. NEN-normen stellen ons in staat om vanuit de wet verplichtend naar die normen te verwijzen en daar certificering aan te koppelen.

Dit is niet of nauwelijks mogelijk met andere bekende en reguliere afsprakenstelsels waarbij verschillende partijen samenwerken om diensten te leveren rond onderwerpen als identificatie, authenticatie en betrouwbaarheid. Zulke afsprakenstelsels vallen buiten de invloedssfeer van de minister.

Leiden normen niet tot veel extra kosten en tot meer administratieve lasten voor zorgaanbieders en ict-leveranciers?
Normalisatie vergroot het vertrouwen in partijen, producten en diensten die aan de norm voldoen. Bij het opstellen van normen houden wij als Programma Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg rekening met eventuele administratieve lasten, bijvoorbeeld door vooraf een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uit te voeren. Ook bekijken we mogelijkheden voor harmonisatie van specifieke zaken, door bijvoorbeeld diverse generieke functies in gegevensuitwisselingen onder te brengen in een beperkt aantal normen.

Waarom wordt in plaats van normen geen gebruikgemaakt van algemene ofwel nutsvoorzieningen?
Normen opstellen vraagt om zorgvuldigheid en goede afstemming. Het is niet van vandaag op morgen geregeld. We herkennen echter wel de behoefte om snel voorzieningen te realiseren voor een aantal generieke functies, zoals patiënttoestemming en lokalisatie van zorgaanbieders. Bewust beperken we ons hierbij zo min mogelijk tot één oplossing. Dat zou namelijk kunnen leiden tot vendor lock-in: afhankelijkheid van bepaalde producten en diensten doordat gebruikers niet in staat zijn om van leverancier te veranderen zonder kosten of ongemak.

Hierop zijn echter uitzonderingen denkbaar. We spreken dan van een nutsvoorziening. Of het nodig is om inderdaad uitzonderingen te maken wordt momenteel nader onderzocht. Wanneer voor één of meer generieke functies een nutsvoorziening wordt aangewezen, is het overbodig en onmogelijk om die nutsvoorziening in een norm te vatten. De voorziening is dan immers de enige die gebruikt wordt.

Mochten voor bepaalde generieke functies op korte termijn voorzieningen beschikbaar komen die echter niet als nutsvoorzieningen worden aangewezen, dan kan dit het opstellen van normen overigens wel versterken. Concrete oplossingen kunnen immers helpen bij om eisen aan álle oplossingen te formuleren. Daarom beogen we bij het opstellen van normen nauw samen te werken met betrokkenen bij de totstandkoming van algemene voorzieningen.

Waarom geen internationale of Europese normen?
Onderdeel van een NEN-traject is nagaan of er Europese of internationale normen beschikbaar zijn voor hetzelfde vraagstuk. Als dit het geval is, zal gekeken worden of deze aansluiten bij de vraag van de Nederlandse markt. Europese normen moeten worden overgenomen als nationale norm. Bij ISO-normen is het een besluit van de normcommissies. Andersom kan tijdens het ontwikkelen van de NEN-norm, interesse ontstaan in Europa. Dan zal – indien hiertoe besloten – de NEN-norm Europees worden ingebracht om te worden ontwikkeld tot Europese norm.

Overigens streeft Nederland een koploperpositie na in normalisatie in de zorg. Andere landen kunnen dan gebruikmaken van onze NEN-normen voor de ontwikkeling van hun lokale normen.

Hoe blijven normen actueel bij snelle technische ontwikkelingen?
Technologische ontwikkelingen gaan snel. Er is dan ook behoefte aan een zekere mate van flexibiliteit in de technische eisen die aan ict-systemen worden gesteld en die met name relevant zijn om interoperabiliteit te borgen. Momenteel wordt in afstemming met NEN gekeken welke publicatievorm het meest passend is om zulke technische eisen te kunnen verwerken.

Logo van Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN)
© NEN

Even voorstellen – Wouter Reepmaker, senior adviseur I-samenwerking in de zorg

Wat heb je hiervoor gedaan?
“Ik heb Gezondheidswetenschappen in Rotterdam gestudeerd. Mijn hele studententijd woonde ik in Delft, dit vanwege een vroegtijdig afgebroken studie Bouwkunde. Mijn eerste baan was projectleider bij het Haaglanden Medisch Centrum. Een groot ziekenhuis waar ik op het centraal projectbureau heel veel leerzaams heb meegemaakt. We fuseerden met het keurige Bronovo, we moesten zorg uitwisselen over de locaties, we haalden de samenwerking aan met het LUMC op het gebied van oncologie en cardiologie, we moesten vastgoed afstoten, en ga zo maar door. De laatste anderhalf jaar was ik manager van de verpleegafdeling cardiologie en de hartbewakingsafdeling. Wat mij vooral is bijgebleven is dat verpleegkundigen en artsen zo hard en vol passie werken. Soms mis ik het ziekenhuis wel, ik kon mijn werk en resultaat echt zien op de werkvloer. Dat geeft mij nu bij VWS de juiste motivatie: voor deze mensen doen we het!”

Waarom vind jij Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg een belangrijk programma?
“Data en slimme toepassingen laten werken voor betere zorg, dat vind ik interessant en belangrijk. Er bestaan zó veel vernieuwende en gave technische mogelijkheden die de zorg kan benutten. Het raakvlak tussen techniek en zorg trekt me enorm. Bij VWS kan ik het verschil maken, vooral door andere partijen te motiveren, door andere regels te helpen maken, en door andere mooie initiatieven. Ons programma over gegevensuitwisseling en wetgeving is daar een groot en mooi onderdeel van. Het is belangrijk dat dit geen ver-van-mijn-bedprogramma is, maar dat zorgverleners zelf weten hoe ze meer digitale zorg kunnen afdwingen. Ik zou willen dat elke zorgverlener nu beseft dat zij of hij in richtlijnen en kwaliteitsstandaarden de essentiële rol van ict bij goede zorg kan toelichten en vastleggen. Ik denk dat we nog meer moeten gaan inzetten op het vertellen van dat verhaal. Daarna komen wij als programma dan met powertools – normen, AMvB’s, de wet – waarmee we helpen dit te bereiken en waaruit moet blijken dat we de boel niet nodeloos ingewikkelder willen maken.”

Wat doe je in je vrije tijd?
“Mijn vriendin en ik wonen nu alweer 3 jaar in Den Haag, omgeving Koningsplein, na jaren in Amsterdam Oud-West samen te hebben gewoond. In mijn vrije tijd sport ik veel: hockey, tennis, hardlopen, yoga én ik kijk veel sport. Verder houden we van verre reizen maken, maar we genieten evengoed van een weekendje Otterlo op de Veluwe zoals afgelopen herfst… We hebben een kleine schattige dochter van nu anderhalf jaar oud, Ella, die ons lekker bezig houdt en ontzettend veel lol en geluk geeft.”

Wouter Reepmaker met dochter Ella van anderhalf
© Wouter Reepmaker

Terugkijken: de masterclass EGIZ tijdens de World Standards Day van NEN

Ook dit jaar vierde het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) World Standards Day (14 oktober). De wereld anno 2020 digitaliseert in een steeds sneller tempo. Hoewel het thema ‘Digitale transformatie’ al lange tijd vast stond, sloot het onverwachts extra goed aan bij de actualiteit en deze bijzondere tijd.  

Deze vijfde editie van het evenement konden alle relaties en klanten van NEN vier dagen lang inspirerende masterclasses volgen in plaats van één dag. Een daarvan van de masterclass over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (EGIZ), met als sprekers Mirjam van der Gugten (NEN) en Wouter Reepmaker (VWS).

In de week van 12 tot 15 oktober 2020 kon iedereen deelnemen aan in totaal acht verschillende masterclasses over digitale transformatie. Hebt u de masterclasses gemist? Op deze pagina staan ze verzameld en dit is de directe link naar de masterclass EGIZ op Vimeo.

Schermafbeelding van de video over de Masterclass EGIZ
© NEN

“Generiek waar het kan en specifiek waar het moet”

Wie ooit heeft gewerkt aan een omvangrijk ict-project in een grote organisatie kent het gevoel vast wel. We zijn allemaal met iets bezig maar of het ook in enige samenhang gebeurt, is niet helemaal duidelijk, of helemaal niet. In zo’n omgeving voelen enterprise-architecten zich als een vis in het water.

Bij Programma Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (EGIZ) is dat Gieneke Veenen. In de vorige nieuwsbrief stelde zij zich al voor, nu duikt ze de diepte in over haar werk. Wat betekent haar werk voor het programma EGIZ?

Lees het interview met enterprise-architect Gieneke Veenen

Gieneke Veenen
© Gieneke Veenen

Column Tim Postema in ICT&Health: ‘Met spoed beschikbaar maken’

Tim Postema (manager Directie Informatiebeleid/CIO van VWS) schrijft in zijn vierde column voor het magazine ICT&Health over betere informatievoorziening voor spoedsituaties.

'Je bent niet de enige als je om je heen kijkt terwijl je de dakgoot repareert. Maar om je heen kijken bij zo'n klus is niet zo slim.'
 

Column 4, Met spoed beschikbaar maken, Tim Postema, ICT&Health

© Tim Postema

‘Snel en adequaat handelen om de minister zo goed mogelijk te ondersteunen’

Het stond al een tijd in de agenda van Ulco de Boer en veel van zijn collega’s bij VWS: 8 oktober, 10.00 tot 14.30 uur, algemeen overleg (AO) over gegevensuitwisseling, eHealth en administratieve lasten. Ulco werkt sinds 1 mei als senior adviseur bij het programma Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. Hij vertelt over zijn ervaringen die dag en wat er achter de schermen bij komt kijken.

“In dit algemeen overleg wisselt de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer van gedachten met de minister over beleid. Samen met een collega van mijn directie zit ik in de werkgroep waarin we vanuit het ministerie het AO voorbereiden en coördineren. We beginnen direct alvast met informatie verzamelen over moties en vragen die nog open staan in de Kamer. Grote kans dat die besproken gaan worden in het AO.

Informatie vertalen
De commissie stelt vervolgens de overlegagenda op: de ‘convocatie’. Die wordt een paar weken vóór het AO rondgestuurd. We weten dan wat er besproken gaat worden en kunnen echt aan de slag. De informatie vertalen we naar algemene spreekteksten, factsheets en A4-tjes met vraag-en-antwoord, de Q&A’s, allemaal gesorteerd naar onderwerp van de agenda. Daarmee heeft de minister houvast in haar gesprek met de commissie. Naast mijn directie, de Directie Patiënt en Zorgordening, zijn ook de directies Informatiebeleid en Innovatie & Zorgvernieuwing direct betrokken. In een AO komen in relatief korte tijd tal van onderwerpen langs."

Lees het gehele interview met Ulco de Boer: snel en adequaat handelen om de minister zo goed mogelijk te ondersteunen

Porteretfoto van Ulco de Boer
© Ulco de Boer

Colofon

Dit is een uitgave van het wetgevingsprogramma Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.